\n\n\n\n
Persoon

Erasmus van Grevenbroeck

Heer van Mierlo en Lierop in 1595

Erasmus van Grevenbroeck was heer van Mierlo en Lierop tijdens de heksenprocessen van 1595. Als landsheer beschikte hij over aanzienlijke bestuurlijke en juridische invloed binnen de heerlijkheid.

De lokale bronnen reconstrueren een actieve rol van Erasmus bij het op gang brengen van de vervolging nadat namen uit Mierlo in omliggende processen waren genoemd.

Heerlijke macht en rechtspraak

Formele vonnissen werden door schout en schepenen uitgesproken, maar de processen kunnen niet los worden gezien van de macht van de heer en de lokale verhoudingen.

Dit persoonsdossier koppelt Erasmus daarom zowel aan de genealogie van de Heren van Mierlo als aan het afzonderlijke dossier over de processen van 1595.

Plaats in de Mierlose geschiedenis

Dit persoonsrecord beschrijft alleen de aantoonbare relatie van deze persoon met Mierlo en de gebeurtenissen waarin die rol zichtbaar wordt. Bij vroege Heren van Mierlo kan genealogie gedeeltelijk gereconstrueerd zijn; bij oorlogsslachtoffers zijn monumenten- en militaire registraties leidend voor namen en data. Een lokale herinnering of latere reputatie wordt niet automatisch als biografisch feit gepresenteerd.

Direct verwante onderwerpen

Erasmus van Grevenbroeck tijdens de processen is via canoniek object met dit dossier verbonden. Erasmus van Grevenbroeck was in 1595 heer van Mierlo en Lierop.

Heksenprocessen in Mierlo is via verbonden met met dit dossier verbonden. In september 1595 vond in Mierlo een reeks heksenprocessen plaats onder het bewind van heer Erasmus van Grevenbroeck.

Bronnen en zekerheid

De bronlaag combineert archief- en erfgoedbronnen, lokale historische publicaties, aanvullende bronnen. Tot de gebruikte bronnen behoren Heemkundekring Myerle – Heksenvervolging in Mierlo 1595, Canon van Mierlo – De heer en de heksen, Canon van Mierlo – Het kasteel en zijn bewoners, BHIC – Archief Heerlijkheid Mierlo 1386–1851 en 12 aanvullende bronnen. Bij verschillen tussen bronnen blijft het onderscheid zichtbaar tussen rechtstreeks gedocumenteerde gegevens, latere reconstructies en lokale overlevering. Een exact jaartal, locatie of persoonsdetail wordt niet toegevoegd wanneer de huidige bronlaag daarvoor onvoldoende zekerheid geeft.

Verdieping: heerlijkheid en kasteelgeschiedenis

Bij dit onderwerp is het belangrijk bestuurlijke rechten, familiebezit en fysieke plaatsen niet als één geheel te behandelen. Een heer kon rechten uitoefenen zonder ieder stuk grond persoonlijk te bezitten, terwijl bezit door vererving, huwelijk, verkoop of verpanding kon veranderen. Voor de geschiedenis van Mierlo levert juist de combinatie van oorkonden, leen- en cijnsgegevens, schepenbankstukken, genealogie, kaarten en archeologie het sterkste beeld op. Namen die in verschillende eeuwen terugkeren moeten bovendien per persoon en generatie worden geïdentificeerd. Zo blijft duidelijk welke uitspraak rechtstreeks uit een bron volgt en welke samenhang pas later door historici is gereconstrueerd.

Biografische afbakening

Bij Erasmus van Grevenbroeck wordt onderscheid gemaakt tussen wat rechtstreeks over de persoon is gedocumenteerd en wat vooral bekend is uit gebeurtenissen, familieverbanden of functies waarin die persoon voorkomt. Namen kunnen in oudere bronnen verschillende spellingen hebben en dezelfde voornaam kan binnen één familie meerdere keren voorkomen. Daarom zijn jaartallen, verwantschap, ambt, woonplaats en broncontext belangrijke identificatiemiddelen. Een biografie wordt niet opgevuld met algemene tijdskenmerken alsof die automatisch voor deze persoon gelden. Wel helpt de maatschappelijke context om uit te leggen welke mogelijkheden en beperkingen bij de bekende functie of positie hoorden. Nieuwe genealogische of archiefgegevens kunnen zo gericht aan het persoonsdossier worden toegevoegd zonder eerdere aannames als feit te hoeven handhaven.