\n\n\n\n
Bedrijf

Weverij De Haes

Mechanische weverij aan de Brugstraat

De Mierlose vestiging van De Haes begon in 1916. Op 20 maart kocht de familie grond aan de Brugstraat en op 29 april verleende het gemeentebestuur vergunning voor een mechanische weverij.

De fabriek werd nog datzelfde jaar in gebruik genomen. De ligging bij provinciale weg, tramverbinding en Eindhovensch Kanaal maakte de plek logistiek aantrekkelijk.

Van familiebedrijf naar grotere textielcombinaties

De weverij groeide in de jaren twintig en werd later onderdeel van samenwerkingen en fusies binnen de Nederlandse textielindustrie. In 1961 ging De Haes samenwerken met Baekers en Elias; later kwam de onderneming binnen grotere textielconcerns terecht.

Productie eindigt in 1977, locatie blijft langer in gebruik

In 1977 werd de feitelijke textielproductie in Mierlo beÃŦindigd en in Eindhoven geconcentreerd. Het Mierlose complex bleef daarna als opslag- en bedrijfsruimte in gebruik. In 1995 vertrokken de laatste zes werknemers.

Daarmee moet onderscheid worden gemaakt tussen het einde van de productie in 1977 en het einde van het operationele gebruik door de textielonderneming in 1995.

Bedrijf, locatie en eigendom

Een onderneming kan van eigenaar, naam, rechtsvorm of vestigingsplaats veranderen. Daarom worden bedrijf, fabriekspand en ondernemer waar mogelijk afzonderlijk behandeld. Bij De Haes blijft bijvoorbeeld het verschil zichtbaar tussen het einde van de textielproductie in Mierlo in 1977 en het latere bedrijfs- en opslaggebruik tot 1995.

Direct verwante onderwerpen

Textielfabriek De Haes is via canoniek object / gevestigd in met dit dossier verbonden. De familie De Haes kocht op 20 maart 1916 grond aan de Brugstraat.

Ignatius de Haes is via verbonden met met dit dossier verbonden. Ignatius de Haes was de grondlegger van de Eindhovense katoenonderneming waaruit later de Mierlose textielfabriek voortkwam.

Productieperiode De Haes is via verbonden met met dit dossier verbonden. De mechanische weverij van De Haes werd in 1916 gebouwd en nog in hetzelfde jaar in bedrijf genomen.

Bronnen en zekerheid

De bronlaag combineert institutionele documentatie, archief- en erfgoedbronnen, lokale historische publicaties, aanvullende bronnen. Tot de gebruikte bronnen behoren Visit Geldrop-Mierlo – Textiel in Mierlo: De Haes, Myerlese Koerier 2017-1 – Mierlose textiel in de twintigste eeuw, BHIC – De Haes Mierlo, Heemkundekring Myerle – Commissaris van de Koningin bezoekt Mierlo en 5 aanvullende bronnen. Bij verschillen tussen bronnen blijft het onderscheid zichtbaar tussen rechtstreeks gedocumenteerde gegevens, latere reconstructies en lokale overlevering. Een exact jaartal, locatie of persoonsdetail wordt niet toegevoegd wanneer de huidige bronlaag daarvoor onvoldoende zekerheid geeft.

Verdieping: textiel en industrialisering

De textielgeschiedenis vraagt om een onderscheid tussen ondernemer, familienaam, juridische onderneming, fabrieksterrein en feitelijke productie. Die onderdelen kunnen verschillende begin- en einddata hebben. Voor een nauwkeurige reconstructie zijn vergunningen, kadaster, handelsregisters, personeelsinformatie, advertenties, foto's en herinneringen van werknemers gezamenlijk bruikbaar. Ook transport en energievoorziening horen bij het verhaal, omdat een fabriek afhankelijk was van aanvoer, afvoer en technische infrastructuur. Door per fase te beschrijven wat werkelijk is aangetoond, blijft zichtbaar hoe Mierlo van huisnijverheid en kleinschalig werk naar gemechaniseerde productie en later naar nieuwe bestemmingen van bedrijfslocaties veranderde.

Onderneming, eigenaar en vestiging

Voor Weverij De Haes worden bedrijfsnaam, eigenaar, juridische onderneming, productielocatie en feitelijke bedrijfsactiviteit zo veel mogelijk uit elkaar gehouden. Een familienaam kan langer voortleven dan ÃĐÃĐn onderneming en een pand kan na sluiting een geheel andere functie krijgen. Handelsregisters, vergunningen, advertenties, kadaster en personeelsbronnen zijn daarom belangrijk om de bedrijfsontwikkeling per periode te reconstrueren. Deze aanpak maakt het mogelijk economische betekenis te beschrijven zonder verschillende ondernemingsfasen of locaties onbedoeld samen te voegen.