Van eigengoed naar leen
Mierlo nam in de vroege geschiedenis een bijzondere positie in. Historische reconstructies beschrijven het gebied aan het einde van de dertiende eeuw als een allodium: eigengoed dat niet als leen van een hogere heer werd gehouden. De grensregeling van 1292 wordt daarbij vaak als belangrijk document genoemd.
In de vroege veertiende eeuw veranderde deze verhouding. Volgens historische bronnen droeg de eigenaar zijn Mierlose bezit aan de hertog van Brabant op en ontving het vervolgens als leen terug. Daarmee werd de heer van Mierlo leenman van de hertog.
Waarom dit verschil belangrijk is
Bij eigengoed lag het juridische eigendomsverband anders dan bij een leen. Een leen bracht verplichtingen tegenover de leenheer mee en de opvolging moest binnen het leenrecht passen. Voor de latere Heren van Mierlo verklaart dat waarom overdrachten van de heerlijkheid terugkomen in leenregisters en waarom de hertogelijke macht een rol bleef spelen ondanks de sterke lokale positie van de heer.

